Daily life with Complex Regional Painsyndrome CRPS











{March 2, 2011}   De nep patiënt

Ik hou van kleurtjes, nagellak en glitters, net als andere ‘meisje -meisjes’ die van dat soort goedkope Kruidvat prullaria houden. Sinds ik patiënt ben, mag dit niet meer, anders wordt je immers niet herkent als zijnde ‘patiënt’. Dan ben je een ‘nep patiënt’, net zoiets als ‘nep Gucci’. Het toppunt van een ‘nep patiënt’ is een patiënt die een ‘nep Chanel pakje’ draagt.

 Ik zou een bordje bij me kunnen dragen waarop ‘patiënt’ geschreven staat. Ik zou ‘patiënt’ op mijn arm kunnen laten tatoeëren, mits die arm geen pijn zou doen. Of ik zou kunnen voldoen aan het beeld ‘patiënt’. Dat zou immers tijd schelen in de ochtend. Niet dat dat uit zou maken, want een patiënt hoeft zich niet te haasten naar zijn werk. Op je werk zou je niet mogen aankomen in een joggingbroek, ongewassen ongekamd haar, geen make-up, bleek gezichtje, wallen onder je ogen, nagellak uit den boze en alleen maar grijs of vaal blauwe kleuren en absoluut geen leuke kleding aan.  Dan pas wordt je herkend als zijnde een patiënt. De perfecte herkenbare patiënt, is de patiënt die een bejaarde leeftijd heeft en achter een rollator loopt. Of de gipsen been, kale-chemo- hoofd versie. Een jonge dame op nep Uggs is geen patiënt, want echte Uggs kan een echte patiënt niet betalen van de ziektewet.

Ik lig met een hersenvlies ontsteking in het ziekenhuis. Naast mij liggen ‘echte’ patiënten. Oude, ijlende mannetjes. De jonge neuroloog kijkt mij aan. Ik herken hem als een  ‘neuroloog’, omdat hij een witte jas aan heeft, met een bordje erop, waar ‘neuroloog’ op staat geschreven. Misschien zou ik een ‘patiënten-jas’ moeten dragen, waarop ‘patiënt’ staat, in plaats van de nieuwste Tregging aan te hebben en mijn ogen te versieren met  een groene glitter eyeliner erop. De jonge neuroloog kijkt me aan en zegt dat ik niet heb wat ik heb en dat ik wel behandeld ga worden voor het geen wat ik volgens hem niet heb, maar toch wel heb. Ik kijk hem door mijn ‘extra volume lash’ mascara wimpers aan  en probeer te zeggen, dat hij mij een paar dagen geleden had moeten zien, toen ik aankwam op de eerste hulp, met mijn hoofd in mijn handen. Dat ik al heel wat morfine op heb nu en ook veel pijn gewend ben. Dat ik nu eens uit kan rusten op een ziekenhuisbed, in plaats van de dagelijkse dingen hoef te doen. Hij blijft bij zijn standpunt, dat ik er niet uitzie als een patiënt en loopt de zaal weer uit. Ik staar naar mijn roze ruitjes sokken en het gezellige hemdje om mij op te vrolijken. Ik kijk naar de patiënten om mij heen, in grote, witte, zakkige kleding. Ik zou een eigen modemerk voor patiënten kunnen ontwikkelen, mits ik niet arbeidsongeschikt zou zijn. Vol vrolijke kleuren om je op te beuren. Toch ga ik de volgende keer maar eens in mijn joggingbroek, met klitten in mijn  haar naar het spreekuur. Kijken of ik door de oppervlakkigheid van de dokters heen kan dringen.

Advertisements


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

et cetera
%d bloggers like this: