Daily life with Complex Regional Painsyndrome CRPS











{June 29, 2016}   Later

Later wanneer groot ben word ik actrice.

Later wanneer ik ‘gezond’ ben word ik….verloskundige, ambulancemedewerker of heb ik een eigen bedrijf.

Dan geef ik workshops en lezingen aan dokters: ‘Hoe in de praktijk met patiënten om te gaan.’

Hoe te luisteren naar de patiënt, hoe er een fijn samenwerkingsverband kan ontstaan tussen arts en patiënt. Waardoor de patiënt zich gehoord voelt.

Later is nu en nu ben ik al groot en moeder en ook ziek. Soms heel erg ziek, maar moeder ben ik altijd. Ongeacht mijn ziekte. Er moet gezorgd worden, schone kleertjes, het liefst in de kast, niet op een stapel ergens in huis. En er moet vers gemaakte ‘mama-soep’ komen, wanneer er ‘snotsnoetjes’ rond lopen in huis. ‘Rondloopt’ moet ik zeggen. Of ‘in het rond springt’ bij mama omdat dat niet mag. Door die ziekte in dit geval. De trillingen geven veel pijn, dus springen mag buiten of in een andere kamer. Maar daar is geen lol aan. Springen waar het niet mag, dat is leuk, want ik ben nog lang niet groot en het is nu nog niet later, want ik ben een peuter. Puber. Peuterpuber. Een lieverdje. Een monster. Een lieverdje.

En ik ben wel al groot, want ik ben al bijna drie jaar en dan kan ik al bijna met een mesje koken.

Ik kan nauwelijks meer met dat mesje koken. De voorgesneden groentes vallen de wok in. De gloeiendhete wok pak ik vast met beide handen. Oef dat is heet. Vergeten. Dat gebeurt, omdat ik even niet meer weet dat een pan op het vuur heet is. Ik scheld. Mijn peuter doet me na en lacht. Grappig zo een mama.

Aan de telefoon geef ik een interview voor een leuk mama magazine. Tussen de bedrijven door praten over het mama zijn met een handicap. Hoe gaat dat, hoe ziet mijn dag eruit? Voor mij heel normaal, net als elke mama. Behalve dan dat dat niet waar is. Dat voelt alleen maar zo, maar daar staan wij als gezin niet veel bij stil. Ik leef namelijk per minuut. Na een minuut weet ik pas wat de volgende minuut mij zal brengen qua pijn level en uitputting/ belabberdheids gevoel. Per minuut bekijk ik, of ik de kinderen de volgende minuut in bad zal doen of niet. Of later. Wanneer ik groot ben. En misschien ooit mijn eigen bedrijf zal hebben. Voor een minuutje dan.



{January 5, 2016}   Verknald!

”Shaya?” zegt de dokter van het consultatiebureau. Fijn, wij zijn aan de beurt. Het is pittig om te wachten in een wachtkamer. Ik kan nog niet zitten, maar staan wil ook niet echt. Ik probeer op te staan, terwijl Shaya aan de borst drinkt. Ze wil continu drinken vandaag. ”Ze zit aan mij vast.” zeg ik tegen de dokter terwijl ik wijs naar de borstvoeding. Uitgekleed in de dokterskamer blijkt Shaya onder de rode vlekjes te zitten. Hè, die had ik vannacht ook, bedenk ik me. Helemaal vergeten. Ik zit voor de tweede keer deze maand aan de antibiotica. We blijken beiden een allergische reactie erop te hebben.

Hel
Mijn weerstand is erg laag, door de terugslag van oud en nieuw. Gefeest heb ik niet. Door de trillingen van het vuurwerk, krijg ik ondraaglijke pijn. Om middernacht breekt het los, maar dit jaar begon het vuurwerk al om 17:00 uur. Om 0:10 uur lag ik te huilen. Ik kon mijn tenen niet meer bewegen en wist niet hoe ik überhaupt een been moest verplaatsen. Naar de wc gaan, zat er niet bij. Mijn baby wordt onrustig. Elke knal voelt alsof de bliksem in mijn bot schiet. Alsof mijn ledematen er door het vuurwerk worden afgeknald. Het gaat door merg en been en niet alleen bij mij. Feest vieren samen met ons gezin zit er niet in. Zij zien mij kapot gaan en dat is het laatste dat ik wil. Ik wil niet meer, hoe lang moet ik nog door? Om middernacht wensen wij elkaar geen gelukkig nieuwjaar. Het enige dat ik uitbreng is: “De hel is begonnen.” De klok slaat 01:00 uur. Het is nog lang niet afgelopen. Deze klap duurt minimaal een maand.

Burgemeester
Zou ik de burgemeester maar weer schrijven dit jaar? Zou hij het überhaupt lezen, of denkt hij: “daar heb je die pijnpatiënt in Amsterdam weer met haar jaarlijkse vuurwerk geklaag.” Begrijp me goed, ik ben niet tegen vuurwerk, ik vind siervuurwerk zelfs prachtig. Zolang het op 1 plek wordt afgestoken door de staat, zodat ik ook aan dit lijden kan ontsnappen. Ik kan geen kant uit, want mobiel ben ik niet. Ik kan niet reizen, of naar een vuurwerk vrije zone ontsnappen, om dit te overleven. En dat is Oud en nieuw voor mij, letterlijk overleven.

Orkaan
De hele maand weet je dat het gaat komen en begint het aftellen al. Op de dag zelf is de sfeer in huis gespannen. Alsof ik wacht op een levensverwoestende orkaan, die zo groot is, dat je er niet aan kan ontsnappen. Ik moet erdoorheen, ongeacht de fysieke klap. Herstel ik hier wel weer van?

Knal
Dit keer komt deze fysieke klap midden in mijn revalidatie periode na mijn bevalling. Ik knal keihard achteruit door het vuurwerk. De pijn blijft zo hoog en wat ik effectief kan is zo weinig, terwijl ik zo graag vooruit wil en leuke dingen wil doen. Na een maand hebben we nog geen vrienden of familie kunnen zien. Dat deze isolatie periode nog langer zal duren door het vuurwerk, is erg frustrerend. Ik wil niemands geknal afpakken, maar knallen op 1 plek in plaats van overal, is dat zo erg? Een feestje is leuk, laten we het dan niet voor iedereen verknallen! Pijnpatiënten, getraumatiseerde mensen door oorlog, mensen met authisme, dieren en noem maar op. We hebben toch allemaal zin in een fijn feestje. Dus burgemeester van Amsterdam….laat mij alstublieft niet weer in 2017 zo een column hoeven schrijven. Dan bespaart het u weer een email met vuurwerk geklaag van die pijnpatiënt in Amsterdam!



{December 25, 2015}   Gelekt

DSC08131

Ik zit op handen en knieën , net als een hond. Wat is de voorkant, waar is de achterkant? Wie zijn die mensen om mij heen? “Mooi helder vruchtwater!”, zegt een stem. Ik word warm…oververhit. Ik hap naar adem, maar krijg geen lucht. Mijn rug breekt. De hartmeter om mijn middel brandt als een gek door mij heen. Nog erger dan de aanraking van het bed. De hartmeter moet NU af! Het strakke elastiek wordt losgehaald door de aardige mevrouw. Ik zie geen gezicht, maar ik weet nog net dat het een vrouw is en dat de verpleger een man is. De enige die ik helder zie is manlief Ruben. Zijn gezicht staat ernstig, angstig, boos en machteloos. Ik grijp zijn riem vast. “Ruben, doe iets, grijp nou in?! Ze horen me niet. Ik kan niet meer, ik kan ECHT niet meer! Dit is net als de vorige keer.” Ruben verheft zijn stem tegen de dokters. Horen ze hem wel?

De CRPS neemt de bevalling over. Toucheren lukt niet. De baarmoedermond zit verborgen. Nog een poging. Geen ontsluiting. Een beetje verweking. Dit heeft geen nut. “Gynaecoloog, ik ben echt positief, maar ik weet wanneer het zin heeft en wanneer niet.” Zodra de wee komt springt CRPS in de ergste vorm er op los. De wee is week vergeleken met wat CRPS tijdens de wee doet. De CRPS lift als een surfer op een golf mee, op de wee. Breekt elke seconde gevoelsmatig mijn rug en steekt me in brand. De anesthesist roept als een leraar: “Geen ruggenprik, dan ook geen keizersnee. We proberen nu een ruggenprik.”

Ik zeg nee, want ik voel nog dagelijks de operatie pijn van 5 jaar geleden in mijn epidurale ruimte. De ruggenprik verdooft vast de wee, maar niet deze vorm van CRPS. Ik ken mijn lichaam nu echt wel. De artsen staan erop en volgen protocol. Ze weten niet wat ze met mij aan moeten. Ze dwingen. Liggend in plaats van zittend probeert hij die ruggenprik te zetten, op de wee, tussen de wee, naast de wee. Oh wee, het gaat mis. Hij raakt mijn bot.

Een tijdje later…

Ik lig plat op mijn rug. Alsjeblieft laat dit stoppen, ik kan niet meer. Liggen, zitten, staan, niets lukt me nog. De katheter bungelt naast mijn bed. De verpleegster dweilt de urine van de grond, nadat ze vergeten is het kraantje dicht te draaien. Mijn nek zit vast, mijn kin gaat niet makkelijk meer naar mijn borst. Toch niet weer hersenvliesontsteking? Alles draait, eten en drinken lukt me niet. Staat de monitor nou uit? De verpleegster doet alsof het normaal is wat ik zeg en zet vervolgens de morfine pomp uit. Je hebt vast bijwerkingen door de medicatie. De volgende dag is het nog erger. De dokter gooit dit op de overgang naar mijn oude, vertrouwde medicatie. De gynaecoloog zegt: “Neem een paracetamol.” Mijn schedel barst uit elkaar. Bloedpropjes komen uit mijn neus. Mijn kin kan nu helemaal niet meer naar mijn borst. Krachtverlies van mijn linkerbeen. Mijn oogkassen voelen blauw geslagen door een ijzeren hamer. Geen licht, geen geluid. Ruben gaat maar met onze peuter naar buiten. In de regen. Naar een café. Wachten tot ik weer normaal word. Hij kan lang wachten.

3 psychiaters staan die dag aan mijn bed. Of dit bij mijn pijnsyndroom hoort. Ik ben tenslotte een pijnpatiënt en als dit bij mijn pijnsyndroom hoort, dan moet ik gewoon naar huis. Ik kan nauwelijks kijken. Er wordt me door de zaalarts verteld dat deze schedelpijn kan blijven en dat ik handvatten moet hebben om ermee om te gaan en het ziekenhuis bed te verlaten. Voor de volgende kraamvrouw. Ik word bang, want ik ken mijn lichaam en ik ken CRPS. Dit is geen CRPS. Dit is zoals tijdens de hersenvliesontsteking, maar hé, ik ben een pijnpatiënt, dus ik reageer anders op pijn. Ik ben pijn gewend, ook ondraaglijke pijn. Ik lig nu niet dag en nacht over te geven zoals anderen met een post epidurale lek, wat ik op dat moment nog niet eens weet. De psychiaters vellen hun oordeel. Er is medisch onderzoek nodig, niets mis met mevrouw. Die avond krijg ik een CT scan om uit te sluiten dat ik geen bloedprop in mijn hersenen heb. Gelukkig geen bloedprop. Nog twee diagnoses over. Ik krijg de diagnose post epidurale hersenvocht lek. Zodra je rechtop probeert te zitten wordt je hersenvlies strak getrokken en je hersenpan droogt aardig uit. De anesthesist vindt het onzin en geeft de andere anesthesist, die van de spinale ruggenprik de schuld. Ze willen dat ik natuurlijk herstel in plaats van een behandeling te ondergaan. Ik krijg een vochtinfuus en drink veel cafeïne wat schijnt te werken, maar ik herstel er niet door. Niet snel genoeg. Ze vinden de behandeling een te groot risico, want dan moet er nog een ruggenprik komen, waarbij ze 20cc van je eigen bloed inspuiten. Een bloodpatch genaamd.
Terwijl ik alleen op bed lig, op mijn rug, na bijna een week, ver weg van de roze wolk, in een hele kleine wereld, komt er een engel naast mijn bed staan. Een professor neurologie, die vertelt dat hij hetzelfde heeft gehad en dat hij een week kruipend door zijn huis ging. Sindsdien snapt hij de patient zoveel beter. Hij grijpt in en zegt dat hij het een slap verhaal vindt van de anesthesist. Sowieso hoef je niet eens te merken wanneer je per ongeluk in de epidurale ruimte je hersenvocht een lek prikt. Welke van de twee ruggenprikken het ook is geweest, er moet ingegrepen worden. Ik lek nu tranen. Ik word gehoord, na een week van gekte, verdriet en eenzame uitputting. In 10 minuten staat de anesthesist aan mijn bed nog altijd zijn epidurale ruggenprik te verdedigen. Ik zeg ja en amen. Nog 1,5 dag willen ze dat ik zelf herstel en dan pas grijpen ze in met de bloodpatch. Ik zie dit niet zitten, maar hé, zij beslissen… Nog 1,5 dag dit doormaken. Geen 1 nacht heb ik geslapen. Geen beschuit met muisjes gezien.

En toen kwam de bloodpatch. 3 uur na de behandeling, was er weer licht. De tv kon aan en ik kon zelfs het beeldscherm zien. Ik kon praten en met Ruben wat eten en drinken. Ik zit rechtop. En ik ben zo blij, zo opgelucht en zo boos. Waarom hebben zij mij meer dan een week laten lijden. Onzinnig lijden. Niet serieus genomen en waarom? Omdat ik een pijnpatiënt ben… Juist een pijnpatiënt kent zijn eigen lichaam. Zijn eigen pijn! Dit krijgt nog een staartje.
Ik kijk opzij, naar onze prachtige dochter. Wat een mooi meisje, wat hebben zij en Ruben mij erdoor heen gesleept!

Nu ik weer rechtop kan zitten, zie ik mijn litteken van de keizersnee op mijn buik. Geen droombevalling. Geen droom kraamtijd, maar wel lek-ker een droom dochter. Baby Shaya, welkom op de wereld. Onze gezonde, kleine meid!

 

 

 

 



{June 1, 2014}   Vakantie adresje

2014-05-21 02.54.15

2014-05-23 04.41.53

Heel even op vakantie, in het ziekenhuis in Amsterdam-Sloten. Wanneer de zon schijnt is elke buurt tenslotte leuk. Een ander uitzicht en een plaatselijke traiteur met heel veel soorten olijven. Ik zeg het je, net het buitenland.

Het zonnetje schijnt, de lucht is blauw, Aviyaatje kom maar gauw. Laat je kramp ter observatie maar zien, dan zijn we hier zo weer weg.

Bepakt en bezakt krijgen we een warm welkom tijdens de incheck. Zowel het babybedje als het grote ziekenhuisbed staat klaar. Voor een CRPS mama is het gebruikelijke opklapbed niet te doen, dat snappen ze hier goed.

De ene na de andere dokter komt binnen, de pedagogisch medewerkster maakt kennis en de babypsycholoog zegt ook nog even hallo. Super gezellig, maar Aviya en ik raken aardig overprikkeld, dus zodra het kan, gaan we de rust in. De rust waarvan ik voor het eerst hoop dat die wordt verstoord door haar kramp.

De eerste twee dagen laten baby’s vaak niet hun normale gedrag zien van thuis, vertelt de zuster. Ze moeten wennen en krijgen zoveel andere prikkels, maar na een tijdje komt het wel. Maar zodra de avond valt, 15 minuten na het avondeten, slaat het in. Kramp. We stoppen Aviya krampend en wel in de gootsteen, dat tegelijkertijd een badje is. Manlief gaat naar huis, maar de kramp blijft. Om middernacht krijgt zij een zetpil van de nachtzuster. Er moet immers geslapen worden. Ik opper dat ik haar thuis nog even in de draagdoek had gestopt, maar de zetpil gaat erin. Gelukkig helpt het en slapen we een paar uurtjes.

En bij dit mooie observatie moment bleef de vijf dagen durende observatie steken. Aviya krijgt buikgriep, heeft hoge koorts en spuugt ze alles onder. Stapels luiers worden aangesleept en een snijtand komt ook nog even door. Hierdoor is de observatie aardig troebel.

Na vijf dagen is deze vakantie afgelopen en mogen we naar huis. Aviya heeft nog steeds buikgriep en ik heb dat vakantie souvenirtje ook meegekregen. Alleen als je als pijn-patiënt niets binnen houdt, dan kan de medicatie ook niet binnen blijven en dat is funest. Met zetpillen en anti-misselijkheidsgoedjes wordt dat opgelost, maar ik voel iets raars…

Mijn sleutelbeenderen doen pijn, mijn benen worden gevoelsmatig afgekneld en mijn rug voelt net als tijdens mijn bevalling. Een helse rugaanval begint uit het niets en houdt uren aan. Ik draai, ik rol, ik zoek, ik roep, ik kan niet meer en ik ga weer door. De ontspanning opzoekend, uitblazend, tierend en uiteindelijk roepend om mijn moeder en een arts. Manlief pakt zijn telefoon en belt het ziekenhuis. Een gesprek van 20 minuten, want met een pijnsyndroom erbij, is elke aanval immers troebel. Komt het door CRPS, of is er een zenuw die mijn rug aan het afknellen is? Tijdens een CRPS aanval kan ik geen millimeter bewegen, omdat de trillingen het verergeren, maar tijdens deze aanval ben ik een hond die zijn staart achterna zit. Ik zal toch niet weer aan het bevallen zijn, vraag ik mezelf tegen beter weten in. Ik krijg mijn kin niet goed naar mijn borst. Nee he, toch niet weer meningitis. Na een uur vloeken waar die beloofde arts dan wel niet blijft, gaat de bel.

Een ambulance medewerker draagt een hele grote tas, vol met medicatie. De arts is een vriendelijke vent en probeert snel duidelijkheid te krijgen in deze aanval. Ik vraag me af of ik moet glimlachen, of dat ik hem een hand zou moeten geven, maar ik kerm hier en daar een wolfs geluid. Na 30 minuten heb ik meer dope in mij, dan de junk op de hoek. Urine moet naar het ziekenhuis en medicatie moet worden afgehaald. Aviya heeft nog altijd buikgriep dus kan niet makkelijk naar iemand anders toe en deze aanval is na een paar uur nog niet genoeg gaan liggen. Daarnaast spuug ik mijn hele bed onder.
Ons netwerk met lieve mensen neemt zijn telefoon niet op, wat wij echt heel goed begrijpen op zo een mooie zondag. Het is ook gewoon klote om om hulp te moeten vragen, net nu we zo blij zijn dat we weer thuis mogen zijn.
Manlief springt op zijn fiets en Aviya zit bij mij op bed in de Bumbo stoel. Zo hoef ik haar niet te tillen of haar terug te pakken, van haar ontdekkingsreisjes. Ik geef haar een fruithapje, uit het noodpotje. Normaal maak ik alles vers, maar nood is nood.

Manlief komt in het ziekenhuis de dokter tegen. Hij is geschokt en zegt nog nooit zoiets gezien te hebben. Toch heeft hij ontzettend adequaat gereageerd.

Een paar dagen later ben ik weer terug op mijn vakantie adres in het ziekenhuis, dit keer voor mezelf. Een buik foto en echo later, eet ik voor het eerst in dagen weer iets dat in mijn buik blijft zitten. Flink afgezwakt hang ik wat op die stoel, nadenkend over dit ietwat angstige vakantie avontuur. Laten we hopen dat deze aanval veroorzaakt is door een losschietende gal of niersteen. Zo niet, dan is het angstiger, want dan kan het altijd zomaar opkomen. Natuurlijk kan er altijd van alles gebeuren in het leven en is veiligheid een illusie, maar graag neem ik even vakantie van die gedachte. En dan zijn we nu toe aan een echte, gezellige vakantie!

2014-05-21 04.36.28



{August 22, 2013}   De roze wolk

20130817_132107 - kopieEen ontplofte kabeljauw, een mierenplaag, een kapotte wasmachinedeur, een kapotte diepvriesdeur, een kapotte mobiele telefoon, 1 klit ter grote van een pingpongbal in mijn haar. Een huisarts die weigert mijn medicatie voor te schrijven en een lief, huilend babytje met extreme kramp. Kortom, we genieten! We relativeren onszelf dagelijks plat, want alles kost geld, alles kan vervangen worden en alles kan kapot, behalve ons baby meisje.
Na een paar weken mogen we dan eindelijk met haar naar de kinderarts. Dat lijkt misschien snel, maar als je pas één maand oud bent valt dat ook te relativeren. Elke minuut dat je baby lijdt is er 1 teveel en die minuten zijn uren.
De kinderarts onderzoekt ons kleintje. Ze groeit, ze komt aan, ze plast en ze poept. Kortom een gezonde baby. Wel wat onrustig en zes uur per dag krijsen tot hysterie toe, vindt zelfs de dokter niet helemaal hoe het hoort, maar wat is baby eigen en wat niet? Pasgeboren baby’s huilen, want veel meer kunnen ze niet, maar dit babytje zou het liefst zo weer de baarmoeder in kruipen. Ze slaapt op ons, ze eet op ons, ze slaapt desnoods wel naast ons, maar verder weg dan dat, vindt ze niet de bedoeling. Misschien vinden de volwassenen dat wel de bedoeling, maar is dát juist niet baby-eigen. Zo laten Gorilla mama´s hun baby gorilla de eerste drie maanden nooit los. Nu hoeven Gorilla´s geen email te schrijven, of even naar de keuken toe te gaan, dus daar kwam de aap al uit de mouw.
Om te zorgen dat Aviya niet helemaal doordraait en fulltime overprikkeld is, waken wij als twee bezetenen om de prikkels laag te houden en niet alleen voor Aviya. Ik ga met vallen en opstaan. De pijnaanvallen komen wanneer het hen uitkomt en de CRPS zit goed in de wond van mijn buik. Doe ik teveel dan wordt mijn buik meteen een ballon en stijg ik op, naar die ene roze wolk. De CRPS prikt me lek zodat ik terug in bed val, bij Aviya. De CRPS steekt me in vuur en vlam, of was dat de deken die me aanraakte? Het windvlaagje omdat de handdoek in mijn buurt bewoog of de trilling v het vliegtuig hoog boven ons huis? Ik kijk naar ‘mijn best werkende medicatie’ en til haar op. Ik geef haar een knuffel en buig haar gespannen, stijve beentjes. Ze ontspant. Ze laat een windje. Zo dat is eruit, even op adem komen. En ik glimlach, want dat kan zij nog niet.



{June 11, 2013}   Het lekkende schaap

DSC02788
Vandaag leg ik de nutteloze weg naar het ziekenhuis af, om een gesprek over ‘de bevalling inleiden’ te hebben, terwijl ik niet volgens de planning word ingeleid. Nu staat het woord ‘planning’ haaks op een bevalling, maar het blijft ‘zorgverspilling’. De afgelopen weken ben ik vaker naar het ziekenhuis gelopen, om bij te dragen aan deze zorgverspilling. Liever had ik een telefoontje van de gynaecoloog ontvangen, waarbij ik een ‘uhuh, uhuh, ja en ok’ kan zeggen en ondertussen door kan gaan met de berg wat nog gedaan moet worden, ter voorbereiding van de komst van ons baby meisje. Zoals de wereld van de borstvoeding instappen.
We gingen ervan uit dat ik geen borstvoeding mag geven, omdat ik medicatie neem. Er kwamen andere geluiden en de gynaecologen zouden dit gaan onderzoeken samen met lactatie deskundigen. Voor mijn zwangerschap wist ik niets van de borstvoedingsmaffia af. Zo hoorde ik mezelf nooit praten over stuwingsdrang en tepelkloofbeschermhoedjes. Een mooi woord voor Scrabble,’tepelkloofbeschermhoedjes’. De gynaecologen vonden na maanden achter hun reet aan te lopen, of ze alsjeblieft onze vragen wilden beantwoorden, het nog niet relevant om met de deskundige maffia te praten en riep gewoon ‘nee’ tegen borstvoeding. Niet een wetenschappelijk ergens op gebaseerde ‘nee’, maar gewoon een ‘nee’. Daar studeer je immers ook zo lang voor, dan heb je die status, om ‘gewoon nee’ te mogen roepen. Wij belden met het borstvoedingscentrum dat zeer positief was m.b.t. borstvoeding geven en mijn medicatie gebruik. Met de zin: ‘Wat denk je dan, dat al die vrouwen nemen na al die helse bevallingen?!’ en de zin: ‘Wij hebben 100 jaar ervaring met die baby’s’, hing ik opgelucht de telefoon op en stapte ik naar de gynaecoloog met dit goede nieuws. “Ik mag borstvoeding proberen te geven!”, riep ik triomfantelijk. De gynaecoloog riep weer nee, dit keer had ze wel gepraat met verschillende artsen, waaronder de professor neonatologie, waar ik nog nooit van had gehoord, voordat ik zwanger was. We stapten meteen naar deze professor, die een schaap bleek te zijn in dokters kleren. Een manipulerend schaap. Wel een aardig schaap. Hij zei voor borstvoeding te zijn, dat het allemaal wel mee valt, dat we ff checken hoe de baby reageert en haar 24 uur zullen observeren. Als de baby nergens last van heeft, dan leggen we ons schaapje aan en toen deed hij het. Hij maakte een spuit geluid ‘Pssssstttsssss’ en bewoog met zijn handen bij zijn mannenborsten, die wetenschappelijk nergens toe dienen en deed een toeschietreflex na. De kamer werd steeds kleiner. Met een glimlach zei hij er nog even bij, dat ze me niet gaan bemoederen, dat ik de grens aangeef, maar dat ik moet kiezen tussen: ‘de pijn en de toekomst van mijn baby’. Daar kwam de (sch)aap uit de mouw. Achter zijn glimlach en alles mag, alles kan cultuur, zat een verborgen boodschap, die ik welliswaar op wilskracht moet uitoefenen. Dat ik in die kleine kamer op wilskracht zat en zwaar onder de ondergrens qua medicatie zit, deed er even niet toe. Hoe dan ook, we gaan even kijken hoe de baby reageert en ik bestel ondertussen gewoon een borstvoedingsschort voor de privacy, zodat die kamer niet meer te klein wordt! DSC02785



et cetera